Als onderdeel van de studie 'geografie en communicatie' heb ik drie maanden stage gelopen bij het Regionaal Toeristisch Bureau Vorpommern. In die periode heb ik niet alleen goede werkervaring opgedaan, maar heb ik ook veel van de regio kunnen zien. De regio heeft zeer veel te bieden voor Nederlandse toeristen, maar is eigenlijk nog niet ontdekt. In mijn drie maanden in deze regio ben ik dan ook bijna geen Nederlandse toeristen tegen gekomen. Dat vond ik vrij opvallend, want in veel andere gebieden die net zo veel te bieden hebben en die net zo ver of zelfs verder van Nederland af liggen, kom ik altijd veel Nederlanders tegen.
Als ik de regio in het kort zou moeten samenvatten voor toeristen, zou ik Vorpommern als volgt typeren: een dunbevolkt gebied met uitgestrekte natuur en platteland, waar toeristen uitstekend van de rust kunnen genieten, maar waar ook een grote verscheidenheid aan bezienswaardigheden te vinden is. De natuur vond ik zelf het mooist in het gebied ten zuiden van de Stettiner Haff, waar uitgestrekte bossen worden afgewisseld met heide en open vlaktes. Apart zijn ook de krijtrotsen op het eiland Rügen, net als de vuursteenvelden bij Mukram op Rügen. De flora en fauna in het gebied schijnt ook erg bijzonder te zijn, maar hier ben ik zelf niet zo in thuis. Een aantal bezienswaardigheden die ik wel zeker kan aanbevelen, zijn de vele prachtige kastelen met schitterende tuinen, het indrukwekkend grote nazi-vakantiecomplex Prora, de hanzesteden met haar prachtige binnensteden en de authentieke vissersdorpjes langs de kust, zoals Wieck bij Greifswald en Mönkebude.
Het grootste deel van de drie maanden heb ik doorgebracht in de hanzestad Greifswald, een stad die ik daardoor vrij goed heb leren kennen. Op weg naar mijn stageadres liep ik elke werkdag langs het riviertje de Ryck met daarin de museumshaven, waar altijd druk gewerkt werd aan de vele historische boten. Via deze weg kwam ik binnen 10 minuten in het centrum. Maar liep ik langs de Ryck de andere kant op, dan was ik binnen 10 minuten in een prachtig plattelandlandschap. Via een pad langs het kronkelende riviertje kon ik naar Wieck, dat echt in alles uitademt een vissersdorp te zijn. Via collega's en via een studentenorganisatie voor buitenlandse studenten, had ik al snel veel mensen leren kennen en kon ik mij in Greifswald prima vermaken. Greifswald is een echte studentenstad, met ruim 12.000 studenten op 54.000 inwoners. Er zijn daardoor veel sportverenigingen, kroegjes en studentenfeesten in de stad. Maar ook voor niet-studenten is er een uitgebreid cultureel aanbod. Als geograaf vond ik met name het Pommersche Landesmuseum erg interessant, omdat de geschiedenis van het gebied er op een erg leuke manier behandeld wordt. Verder is het prijsniveau voor veel dingen hier een stukje lager dan in Nederland.
In Greifswald en de rest van de streek merk ik wel echt dat ik in het buitenland ben. Soms lijkt de tijd hier een beetje achter te lopen, bijvoorbeeld aan de stranden met de strandkorfen. Ook is nog goed te zien dat de streek onderdeel was van de DDR. Veel gebouwen zijn in die tijd niet goed onderhouden, waardoor na de Wende zeer veel geld gepompt moest worden in het opknappen van deze gebouwen. Nog altijd is men hiermee nog niet klaar. Sommige mensen zullen dit misschien lelijk vinden, maar ik vind het juist wel een bepaalde charme hebben. Zo besef je pas hoe vanzelfsprekend het in Nederland is dat alles goed onderhouden wordt.
De verwaarlozing van gebouwen tijdens de DDR-tijd biedt ook een aantal voordelen. Zo kunt u in deze streek vele verwaarloosde kastelen vinden uit de 19e eeuw of eerder. Een aantal van deze kastelen staan te koop voor zeer weinig geld, soms zelfs voor maar 1 euro. Dit natuurlijk wel onder voorwaarde dat het kasteel daarna opgeknapt wordt. Voor mensen die al jaren dromen van een eigen kasteeltje in Frankrijk, maar dit niet rond kunnen krijgen, lijkt dit mij een zeer mooi alternatief.
Kortom, in mijn periode in Vorpommern heb ik veel moois gezien en ben ik ervan overtuigd geraakt dat het gebied een hoop te bieden heeft voor Nederlandse toeristen.
Martijn Pas, student geografie en communicatie, november 2008